Hoofdstuk 2. Hoe KTurtle te gebruiken

Hoofdvenster van KTurtle

Het hoofdvenster van KTurtle bestaat uit drie onderdelen: links de codebewerker (1) waarin de commando's voor TurtleScript worden getypt, rechts het canvas (2), waar de schildpad tekent, en de inspectie (3) waarin informatie staat tijdens uitvoeren van je programmacode. Bovendien vind je er de menubalk (5), waarin je alle acties kunt doen, de werkbalk (4) waarin je de meest gebruikte acties kunt doen, de Console, waarin je een regel met een commando kunt toetsenom die uit te proberen, en de statusbalk (aan de onderkant van het venster), met daarin wat informatie over de toestand van KTurtle.

De codebewerker

In de codebewerker type je de commando's van TurtleScript. De meeste functies van de code bewerker vind je in de menu's Bestand en Bewerken. De codebewerker kan op elke rand van het scherm worden ge"plakt", of op elke plaats op het bureaublad worden geplaatst.

Er zijn verschillende manieren om code in de bewerker te krijgen. Het eenvoudigste is met een voorbeeld: kies BestandVoorbeelden, en selecteer een voorbeeld. Het eerst gekozen voorbeeld wordt in de bewerker geopend, waarna u de opdrachtLaten werkenLaten werken kunt geven (sneltoets: Alt+F2) of de knop Laten werken in de taakbalk als u wilt laten zien wat het programma doet.

Je kunt TurtleScript-bestanden openen met behulp van de menuoptie BestandOpenen....

De derde manier is zelf je eigen code in de codebewerker in te typen, of door programmacode te kopiëren en te plakken.