Inhoudsopgave
Het hoofdvenster bestaat uit een zijbalk aan de linkerkant, waarin de pictogrammen van de beschikbare toepassingen staan, een programmavenster rechts, dat het hoofdvenster van de actieve component toont en de gebruikelijke menu-, werk- en statusbalken.
Het zijpaneel heeft meerdere functies. Allereerst kunt u door het klikken op een pictogram aangeven welk component u op dat moment wilt gebruiken. Ook kunt u zien welk component op het moment actief is. Tevens kunnen er gegevens van het ene component naar het andere overgebracht worden door deze naar het desbetreffende pictogram te slepen.

De zijbalk van Kontact
Om tussen de componenten te wisselen klikt u eenvoudigweg op het bijbehorende pictogram. Het hoofdvenster van dat component wordt dan getoond. Ook de bijbehorende menu's, werk- en statusbalken zullen nu te zien zijn, zodat alle functionaliteit van het actieve component beschikbaar is. De eerste keer dat u een component oproept kan er enige vertraging zijn voordat de component daadwerkelijk verschijnt. Dit wordt veroorzaakt doordat de component pas geladen wordt op het moment dat u er om vraagt. Componenten die niet gebruikt worden nemen dan ook geen geheugen in beslag.
De pictogrammen in het zijpaneel worden ook gebruikt om gegevens van de ene naar de andere component te slepen. U kunt bijvoorbeeld een e-mail naar Taken of Agenda slepen om de e-mailbericht aan respectievelijk een taak of herinnering op een bepaalde datum te koppelen.
Als laatste kunt u de grootte van de pictogrammen in het zijpaneel wijzigen. Door rechts te klikken op het zijpaneel kunt u kiezen om grote, normale of kleine pictogrammen te gebruiken, of om alleen tekst in plaats van pictogrammen te gebruiken.
Als u het zijpaneel niet prettig vindt, kunt u deze verbergen door de splitsbalk te verplaatsen. Een andere manier om tussen de componenten te navigeren is de Navigator-werkbalk, die u vrijelijk kunt verplaatsen. Zie de paragraaf met de naam “Menu, werk- en statusbalken” voor meer over de Navigator werkbalk.