Inhoudsopgave
Met het kiezen van → uit het menu verschijnt het dialoogvenster Instellen. Dit dialoogvenster kan gebruikt worden om een aantal verschillende instellingen te wijzigen. Welke instellingen gewijzigd kunnen worden hangt af van de categorie die u kiest uit een verticale lijst links van het dialoogvenster. Door middel van drie knoppen onderaan het venster kan de gebruiker het proces aansturen.
U kunt het Helpsysteem aanroepen, de huidige instellingen accepteren en het dialoogvenster sluiten met de knop , of het proces . De categorieën Uiterlijk, Lettertypen & Kleuren, Bewerking, Openen/opslaan en Extensies worden hieronder besproken.
Deze groep bevat alle pagina's gerelateerd aan de tekstbewerkercomponent van Kate. De meeste instellingen hier zijn standaards, zij kunnen overschreven worden door een bestandstype te definiëren door Documentvariabelen of door ze per document te wijzigen in een bewerkingssessie.
- Lettertype voor editor
Hier kunt u het lettertype kiezen voor de tekst in de bewerker. U kunt kiezen uit elk beschikbare lettertype op uw systeem, en een standaardgrootte instellen. Onderaan het dialoogvenster wordt een voorbeeldtekst getoond, zodat u het effect van uw keuze kunt zien.
Voor meer informatie over het selecteren van een lettertype, zie de sectie Lettertypen kiezen van de documentatie van KDE Fundamentals.
- Witruimte-indicatoren tonen
- Nooit
De tekstbewerker zal nooit punten tonen om het aanwezig zijn van witruimte aan te geven.
- Aan het regeleinde
De tekstbewerker zal punten tonen om het aanwezig zijn van witruimte aan het eind van regels aan te geven.
- Altijd
De tekstbewerker zal altijd punten tonen om het aanwezig zijn van extra witruimte aan te geven.
- Grootte van witruimte-indicator
De schuifregelaar gebruiken om de grootte van de zichtbare indicatormarkering te wijzigen.
- Tabindicatoren tonen
Indien geactiveerd zal de editor het symbool » tonen om de aanwezigheid van een tab in de tekst aan te geven.
- Haken overeen laten komen
- Bereik tussen geselecteerde haakjes accentueren
Wanneer dit ingeschakeld is, zal het bereik tussen de geselecteerde, bij elkaar horende haakjes geaccentueerd worden.
- Voorbeeld van overeenkomend openhaakje tonen
Indien geactiveerd zal de editor een tekstballon van het bijbehorende opening vierkante haakje tonen.
- Bijbehorend vierkante haakje laten knipperen wanneer de cursor naar het andere haakje van het paar beweegt
Indien ingeschakeld, plaatsing op de haken ({, [, ], },( of )) zal snel de overeenkomstige haak laten knipperen.
- Inspronglijnen tonen
Wanneer dit aangevinkt is, toont de editor verticale lijnen om ingesprongen regels beter te herkennen.
- Aantallen
- Aantal woorden tonen
Toont het aantal woorden en tekens in het document en in de huidige selectie in de statusbalk. Deze optie is ook beschikbaar in het contextmenu van de statusbalk.
- Aantal regels tonen
Toont het aantal regels in het document en in de statusbalk. Deze optie is ook beschikbaar in het contextmenu van de statusbalk.
- Eerste regel invouwen
Indien ingeschakeld zal de eerste regel invouwen zijn, indien mogelijk. Dit is nuttig, als het bestand begint met een commentaarregel, zoals een copyright
- Dynamische regelafbreking
Wanneer deze optie aangevinkt is, zullen de tekstregels afgebroken worden aan de rechter rand van het editorvenster.
- Dynamisch regel afbreken op statische afbreekmarkering van woord
Indien geactiveerd zal de editor regels dynamisch afbreken op de positie voor statische regelafbreking.
- Niet op woordgrenzen letten voor dynamische regelafbreking
Indien geactiveerd, houdt de editor geen rekening met woordgrenzen bij afbreken van tekstregels.
- Dynamische regelafbrekingindicatoren:
Kies wanneer de dynamische regelafbrekingindicatoren getoond moeten worden, ofwel Uit, Volg regelnummers of Altijd aan.
- Afgebroken regels laten inspringen
Bovendien kunt u hier een maximale breedte van het venster, als percentage, instellen waarna dynamisch afgebroken regels niet langer verticaal worden uitgelijnd. Ingesteld op bijvoorbeeld 50 % zullen regels, waarvan het inspringniveau groter is dan 50 % van de vensterbreedte, na afbreking niet verticaal worden uitgelijnd.
- Vermenigvuldiger van regelhoogte
Deze waarde zal vermenigvuldigd worden met de standaard regelhoogte van het lettertype. Een waarde van 1,0 betekent dat de standaard hoogte gebruikt zal worden.
- Codeblok-invouwing
- Pijlen tonen om codeblokken in te vouwen
Wanneer deze optie is aangevinkt, zullen in de huidige weergave markeringen voor code-invouwing getoond worden indien code-invouwing beschikbaar is.
- Voorbeeld van de ingevouwen blokken tonen bij erboven zweven
Als deze optie is geselecteerd zal met de muis over het ingevouwen gebied gaan een voorbeeld van de ingevouwen tekst laten zien in een pop-up.
- Zichtbaarheid van invouwpijlen
Schakel de invouwpijlen tussen en .
- Linkerkant
- Markeringen tonen
Wanneer dit aangevinkt is, ziet u links een pictogramrand. In de pictogramrand ziet u bijvoorbeeld bladwijzerpictogrammen.
- Regelnummering tonen
Wanneer dit aangevinkt is, ziet u links regelnummers.
- Gewijzigde en niet opgeslagen regels accentueren
Als dit is geactiveerd zullen markeringen voor wijzigingen in regels zichtbaar zijn. Voor meer informatie, zie de paragraaf met de naam “Markeringen voor wijzigingen in regels”.
- Schuifbalken
- Markeringen tonen
Wanneer deze optie aangevinkt is, worden in de huidige weergave markeringen getoond op de verticale schuifbalk. Deze markeringen tonen bijvoorbeeld bladwijzers.
- Voorbeeld tonen bij zweven boven schuifbalk
Als deze optie is geactiveerd en u zweeft met de muiswijzer boven de schuifbalk dan zal een klein tekstvoorbeeld met enkele regels van het huidige document rond de cursorpositie worden getoond. Dit stelt u in staat om snel te schakelen naar een ander gedeelte van het document.
- Mini-weergave
- Mini-weergave tonen
Als u deze optie selecteert zal elke nieuwe weergave een mini-weergave van het document op de verticale schuifbalk tonen.
Voor meer informatie over de schuifbalk met mini-map, zie de paragraaf met de naam “De schuifbalk met mini-map”.
- Breedte van mini-weergave
Pas de breedte van de schuifbalk van mini-weergave aan, gedefinieerd in pixels.
- Zichtbaarheid van schuifbalken
Schakel de schuifbalk aan, uit of toon de schuifbalk alleen indien nodig. Druk met de op de blauwe rechthoek om de reeks regelnummers van het getoonde document te tonen op het scherm. Houd de ingedrukt buiten de blauwe rechthoek om automatisch door het document te rollen.
- Bladwijzermenu sorteren
- Op datum aangemaakt
Elke nieuwe bladwijzer zal onderaan worden toegevoegd, onafhankelijk van waar die geplaatst is in het document.
- Op regelnummer
De bladwijzers zullen geordend worden volgens de regelnummers waarin ze staan.
In deze sectie van het dialoogvenster kunt u alle kleuren in elk kleurenschema waarover u beschikt configureren. Tevens kunt u nieuwe thema's creëren, bestaande thema's wissen of gewoon Systeemkleurenschema volgen. Elk thema heeft instellingen voor kleuren en stijlen voor normale en geaccentueerde tekst.
KatePart zal het huidige actieve thema voor u voorselecteren. Als u aan een ander thema wilt werken moet u dat eerst kiezen uit de keuzelijst Thema selecteren. Met de knoppen en kunt u een nieuw thema (een bestaande kopiëren) creëren of een bestaande verwijderen.
Dit is in detail beschreven in de paragraaf met de naam “De GUI voor kleurenthema's ”.
- Regelafbreking
Regelafbreking is een functie die ervoor zorgt dat de editor automatisch een nieuwe tekstregel begint en de cursor naar het begin van die nieuwe regel verplaatst. KatePart zal automatisch een nieuwe tekstregel beginnen wanneer de huidige regel de positie bereikt die is opgegeven bij de optie Regels afbreken op:.
- Regels op woord afbreken op een vaste kolom
Schakelt statische regelafbreking in of uit.
- Verticale lijn tekenen op de kolom voor regelafbreking
Wanneer deze optie is aangevinkt, verschijnt er een verticale lijn in de regelafbrekingkolom zoals gedefinieerd op het tabblad Bewerking van de → . Merk op dat de regelafbrekingmarkering alleen getoond wordt wanneer u een niet-proportioneel lettertype gebruikt.
- Regels afbreken op:
Wanneer de optie Regels afbreken op een vaste kolom geselecteerd is, bepaalt de invoer hier de positie (in tekens) waarop de editor automatisch naar een nieuwe regel zal gaan.
- Standaard invoermodus
De geselecteerde invoermethode zal geactiveerd worden wanneer er een nieuw venster wordt geopend. U kunt nog altijd schakelen tussen de een bepaald venster in het menu .
- Blokhaakjes
Als de optie Automatisch haak sluiten wanneer openingshaak is getypt is geselecteerd wanneer de gebruiker een linker haak ([, ( of {) intypt, plaatst KatePart automatisch het rechter haakje (}, ) of ]) rechts van de cursor.
- Omsluitende tekens
Het is mogelijk de omsluitende tekens te selecteren met de bijbehorende afrollijst.
Wanneer tekst is geselecteerd, zorgt typen van één van deze tekens dat de geselecteerde tekst verdeelt wordt over meer regels.
- Knippen en plakken
- Geselecteerde tekst verplaatsen bij slepen
Deze optie schakelt slepen-en-loslaten in van de geselecteerde tekst in het venster van de bewerker.
- Kopieer/knip de huidige regel als er geen geselecteerde tekst is
Als deze optie is ingeschakeld, en er geen tekst is geselecteerd, worden kopieer- en knipacties toegepast op de tekstregel waar de cursor zich bevindt.
- De tekstcursor niet verplaatsen bij plakken met de muis
Als deze optie is ingeschakeld en u plakt enige tekst in het venster van de bewerker met klikken met de , zal KatePart de tekstcursor niet verplaatsen naar de positie van de klik.
- Tekstcursorbeweging
- Intelligente begin- en eindpositie
Wanneer dit geselecteerd is, zal bij het indrukken van de home-toets de cursor witruimte overslaan en naar het begin van de tekst in een regel gaan.
- Page Up/Page Down beweegt de cursor
Deze optie wijzigt het gedrag van de cursor wanneer de gebruiker drukt op de toets PgUp of PgDn. Wanneer deze optie niet aangevinkt is, behoudt de cursor zijn relatieve positie binnen de zichtbare tekst in KatePart zodra nieuwe tekst zichtbaar wordt ten gevolge van deze handeling. Dus, wanneer de cursor zich in het midden van de zichtbare tekst bevindt wanneer er op de toets wordt gedrukt, zal die op die positie blijven (behalve wanneer het begin of einde bereikt wordt), Wanneer deze optie aangevinkt is, zorgt de eerste druk op de toets ervoor dat de cursor naar het begin of einde van de zichtbare tekst wordt verplaatst zodra een nieuwe pagina met tekst getoond wordt.
- Cursorbeweging bij hoofdletters inschakelen
Deze optie wijzigt het gedrag van de cursor wanneer de gebruiker de sneltoets Ctrl+Links of Ctrl+Rechts indrukt. Indien niet geactiveerd zal de tekstcursor over de volledige woorden springen. Met deze optie geactiveerd zal de cursorsprong stoppen bij hoofdletters.
- Cursor automatisch centreren:
Stelt het aantal regels in die zichtbaar blijven boven en onder de cursor indien mogelijk.
- Tekstselectiemodus
- Normaal
Selecties worden overschreven door getypte tekst en worden opgeheven bij verplaatsing van de cursor.
- Blijvend
Selecties blijven bestaan, ook na verplaatsen van de cursor en typen.
- Sta schuiven toe verder dan het einde van het document
Met deze optie kunt u verder dan het einde van het document schuiven. Dit kan gebruikt worden om de onderkant van het document verticaal te centreren of om het bovenaan de huidige weergave te plaatsen.
- De toets backspace verwijdert het basis teken met zijn diakritische tekens
Indien geselecteerd worden samengestelde tekens verwijderd met hun diakritische tekens in plaats van alleen het basis teken te verwijderen. Dit is nuttig voor Indic taalgebieden.
- Multicursor-modifier
Deze optie laat u de modifier instellen die gebruikt zal worden om meerdere cursors met een -klik aan te maken. U moet de modifiers indrukken en op de klikken om een cursor aan te maken op de gewenste locatie. Zie Meerdere cursors aanmaken om andere manieren te ontdekken bij het aanmaken van meerdere cursors.
- Standaard inspringmodus:
Kies de automatische inspringmodus die u als standaard wilt gebruiken. Het is ten sterkste aan te raden hier
GeenofNormaalte gebruiken en bestandstypeconfiguraties te gebruiken om andere inspringmodi in te stellen voor tekstformaten zoals C/C++ code of XML.- Inspringen gebruikt
- Tabulators
Wanneer dit ingeschakeld is, zal de editor tab-tekens invoegen wanneer u de Tab-toets indrukt of gebruikautomatisch inspringen.
- Spaties
Wanneer dit ingeschakeld is, zal de editor een bepaald aantal spaties invoegen, afhankelijk van de positie in de tekst en de instelling
tabbreedte, wanneer u op de Tabtoets drukt of gebruik automatisch inspringen.- Tabulators en spaties
Als dit is ingeschakeld zal de tekstbewerker spaties invoegen zoals hierboven beschreven bij inspringen of Tab indrukken aan het begin van een regel, maar voegt tabulators in bij het indrukken van de Tab-toets in het midden of einde van een regel.
- Tabbreedte:
Dit stelt het aantal spaties in dat wordt getoond in plaats van een tab-teken.
- Inspringbreedte:
De inspringbreedte is het aantal spaties dat gebruikt wordt om een regel in te springen. Wanneer is ingesteld dat tab-teken moet worden gebruikt, dan wordt er een tab-teken ingevoegd als de insprong deelbaar is door de tabbreedte.
- Inspringeigenschappen
- Extra spaties behouden
Wanneer deze optie uitgeschakeld is en het inspringniveau gewijzigd wordt, zal de regel uitgelijnd worden op een veelvoud van de breedte opgegeven bij Inspringbreedte.
- Inspringen aanpassen van tekst geplakt vanaf het klembord
Wanneer deze optie geactiveerd is, springt tekst die van het klembord geplakt wordt in. Door te kiezen voor wordt het inspringen verwijderd.
- Inspringacties
- Backspace-toets in eerste witruimte maakt insprong ongedaan
Wanneer deze optie aangevinkt is, verlaagt de Backspace-toets het inspringniveau als de cursor in de witruimte aan het begin van de regel staat.
- Tab-toets-actie (als er niets is geselecteerd)
Als u wilt dat Tab de huidige regel uitlijnt in het huidige codeblok zoals in Emacs, maak dan van Tab een sneltoets voor de actie .
- Altijd naar volgende tab-positie gaan
Wanneer deze optie geselecteerd is, voegt de Tab-toets altijd witruimte in zodat de volgende tab-positie wordt bereikt. Wanneer de optie Spaties in plaats van tabs invoegen op het tabblad Algemeen in de sectie Bewerking geactiveerd is, worden er spaties ingevoegd; anders wordt een enkele tabsprong ingevoegd.
- Altijd inspringniveau vergroten
Wanneer deze optie geselecteerd is, wordt met de Tab-toets de huidige regel altijd ingesprongen met het aantal tekens opgegeven bij Inspringbreedte.
- Inspringniveau vergroten wanneer in voorgaande witruimte
Wanneer deze optie geselecteerd is, zorgt de Tab-toets voor het inspringen van de huidige regel of de cursor gaat naar de volgende tab-positie. Als het invoegpunt zich op of voor het eerste niet-witruimteteken in de regel bevindt, of wanneer er een selectie is, wordt de huidige regel ingesprongen met het aantal tekens opgegeven bij Inspringbreedte. Bevindt het invoegpunt zich achter het eerste niet-witruimteteken in de regel en er is geen selectie, dan wordt er witruimte ingevoegd zodat de volgende tabpositie bereikt wordt: Wanneer de optie Spaties in plaats van tabs invoegen op het tabblad Algemeen in de sectie Bewerking geactiveerd is, worden er spaties ingevoegd; anders wordt een enkele tabsprong ingevoegd.
- Algemeen
- Automatisch aanvullen activeren
Indien geactiveerd komt er automatisch een vakje met aanvullingen te voorschijn bij het intypen die een lijst met teksten toont om de huidige tekst onder de cursor aan te vullen.
- Automatische selecteren van item voor eerste aanvulling
Indien ingeschakeld is het eerste item met automatisch aanvulling altijd voorgeselecteerd zodat u het met Enter kunt invoegen. Als u dat gedrag niet wilt, bijv. als u Enter alleen om een een nieuwe regel in te voegen, schakel dan dit item uit.
- Minimale woordlengte aan te vullen
Tijdens het typen zoekt Woordaanvulling in het document naar woorden beginnend met de reeds getypte tekst. Deze optie stelt het minimum aantal tekens in, nodig om Woordaanvulling te activeren en een aanvullingslijst te tonen.
- Achterste gedeelte bij aanvullen verwijderen
Verwijder het achterste deel van een vorig woord wanneer het aangevulde item is gekozen uit een lijst.
- Automatische aanvulling van sleutelwoorden
Indien ingeschakeld gebruikt de ingebouwde automatische aanvulling de sleutelwoorden gedefinieerd door de accentuering van syntaxis.
Deze instelopties worden beschreven in de documentatie voor de Systeeminstellingen-module Spellingcontrole.
- Algemeen
- VI-commando's in plaats van Kate-sneltoetsen gebruiken
Wanneer dit aangevinkt is, zullen VI-commando's de ingebouwde commando's van KatePart vervangen. Bijvoorbeeld: Ctrl+R voert het commando Opnieuw uit in plaats van de standaard actie (het tonen van het dialoogvenster Zoeken en vervangen).
- Relatieve regelnummers tonen
als dit ingeschakeld is verwijst de huidige regel altijd naar lijn 0. Bovenliggende en onderliggende lijnen verhogen het regelnummer relatief.
- Toetsmapping
Sneltoetsen instellen wordt gebruikt om de functie van toetsen te wijzigen. Hierdoor kunt u opdrachten aan andere toetsen toekennen of speciale toetsaanslagen maken voor het uitvoeren van een reeks opdrachten.
Voorbeeld:
F2 ->
I--EscHiermee wordt
I--voor een regel gezet wanneer F2 wordt ingedrukt.
- Bestandsformaat
- Codering
Dit definieert de standaard te gebruiken codering om bestanden te openen/op te slaan, indien niet gewijzigd in de dialoog openen/opslaan of door een commandoregel-optie te gebruiken.
- Codering detecteren
Selecteer een item uit de keuzelijst: u kunt automatisch detecteren uitschakelen of Universeel gebruiken om het automatisch detecteren in te schakelen voor alle coderingen. Omdat dit mogelijk alleen utf-8/utf-16 detecteert, zal het kiezen van een regio waarbij aangepaste heuristieken worden gebruikt tot betere resultaten leiden. Als noch de hierboven standaard gekozen codering, noch de codering gespecificeerd op de commandoregel overeenkomen met de inhoud van het bestand, dan zal deze detectie worden uitgevoerd.
- Terugvalcodering
Dit definieert de te proberen terugvalcodering bij het openen van bestanden als noch de boven als standaard gekozen codering, noch de codering gespecificeerd in de dialoog voor openen/opslaan, noch de codering gespecificeerd op de commandoregel overeenkomt met de inhoud van het bestand. Voordat dit wordt gebruikt, wordt een poging gedaan om te kijken naar een bytevolgordemarkering aan het begin van het bestand voor de te gebruiken codering: als deze is gevonden, wordt de juiste unicode-codering gekozen; anders wordt detectie van codering gedaan, als beide mislukken wordt terugvalcodering geprobeerd.
- Regeleinde
Kies de gewenste regeleindemodus voor het actieve document. U kunt kiezen tussen UNIX®, DOS/Windows® of Macintosh.
- Regeleinde automatisch detecteren
Vink dit aan als u wilt dat de editor automatisch het soort regeleinde detecteert. Het soort regeleinde dat het eerst gevonden wordt zal gebruikt worden voor het hele bestand.
- Bytevolgordemarkering (BOM) inschakelen
De bytevolgordemarkering is een speciale reeks aan het begin van documenten gecodeerd in unicode. Het helpt gebruikers tekstdocumenten te openen met de juiste unicode-codering. Zie voor meer informatie: Byte Order Mark.
- Limiet van de regellengte
Helaas ervaart, vanwege zwakke zaken in Qt™, KatePart slechte prestaties bij het werken met extreem lange regels. Daarom zal KatePart regels automatisch opsplitsen wanneer ze langer zijn dan het aantal hier gespecificeerde tekens. Om dit uit te schakelen stelt u dit on op
0.
- Automatisch opschonen bij opslaan
- Spaties aan het einde van de regel tijdens het bewerken verwijderen
De bewerker zal automatisch extra spaties aan het einde van regels tekst verwijderen bij het opslaan van het bestand. U kunt Nooit kiezen om deze functie uit te schakelen, Op gewijzigde regels om dat alleen te doen op regels die u hebt gewijzigd sinds u het document eerder hebt opgeslagen of In gehele document om ze onvoorwaardelijk uit het gehele document te verwijderen.
- Nieuwe-regel aan het eind van het bestand bij opslaan
De editor zal automatisch een nieuwe-regel aan het eind van het bestand voegen, als deze niet aanwezig is wanneer het bestand wordt opgeslagen.
- Automatisch opslaan inschakelen (alleen lokale bestanden)
Activeer dit als u wilt dat de bewerker documenten automatisch opslaat terwijl u er aan werkt.
- Document automatisch opslaan wanneer de bewerker geen focus meer heeft
De bewerker zal documenten automatisch opslaan wanneer u omschakelt naar iets buiten de bewerker, bijv., het terminalpaneel in Kate.
- Tijdsinterval tussen automatisch opslaan
U kunt hier het interval, in seconden, voor automatisch opslaan bepalen. Als het interval 0 is, zal het document niet na intervallen automatisch worden opgeslagen.
- Een backup-bestand schrijven bij opslaan voor
Het maken van een reservekopie bij opslaan houdt in dat KatePart het bestand op schijf (de eerder opgeslagen versie van het bestand) kopieert naar <voorvoegsel><bestandsnaam><achtervoegsel> voordat de nieuwe wijzigingen worden opgeslagen. Een reserve bestand kan helpen bij het herstellen van werk als er iets verkeerd gaat bij opslaan of als u later de vorige versie van het bestand wilt herstellen. Het standaard achtervoegsel is ~ en standaard is het voorvoegsel leeg.
- Lokale bestanden
Vink dit aan als u reservekopieën wilt hebben van lokale bestanden wanneer die worden opgeslagen.
- Externe bestanden
Vink dit aan als u reservekopieën wilt hebben van externe bestanden wanneer die worden opgeslagen.
- Voorvoegsel voor backup-bestanden
Voer het voorvoegsel in dat u wilt gebruiken voor reservekopieën.
- Achtervoegsel voor backup-bestanden
Voer het achtervoegsel in dat aan de naam van de reservekopie moet worden toegevoegd.
- Modus van swap-bestand
KatePart kan (het meeste van) niet-opgeslagen werk, in het geval van een crash of stroomuitval herstellen. Een swapbestand (.<bestandsnaam>.kate-swp) wordt aangemaakt wanneer een document wordt bewerkt. Als de gebruiker de wijzigingen niet opslaat en KatePart crasht, dan blijft het swapbestand op de schijf. Bij het openen van een bestand controleert KatePart of er een swapbestand voor het document bestaat en als het bestaat, dan vraagt het aan de gebruiker of hij de verloren gegevens wil herstellen of niet. De gebruiker heeft ook de mogelijkheid om de verschillen tussen het originele bestand en het herstelde te bekijken. Het swapbestand wordt verwijderd na elk opslaan en bij normaal beëindigen.
KatePart synchroniseert de swapbestanden op de schijf elke 15 seconden, maar alleen als ze zijn gewijzigd sinds de laatste synchronisatie. De gebruiker kan het synchroniseren van de swapbestanden uitschakelen, als hij dat wil, door het vakje Uitschakelen te selecteren, maar dat kan tot meer verlies van gegevens leiden.
Wanneer het swap-bestand is ingeschakeld is het mogelijk om te schakelen tussen twee modi, namelijk Ingeschakeld, opslaan in standaard map en Ingeschakeld, opslaan in aangepaste map.
- Swap-bestanden opslaan in
Standaard worden de swap-bestanden opgeslagen in dezelfde map als het bestand. Wanneer Ingeschakeld, opslaan in aangepaste map is gekozen voor modus voor swap-bestanden, worden swap-bestanden aangemaakt in de gespecificeerde map. Dit is nuttig voor netwerkbestandssystemen om onnodig netwerkverkeer te voorkomen.
- Swap-bestanden opslaan elke
KatePart synchroniseert de swap-bestanden op de schijf elke 15 seconden, maar alleen als ze zijn gewijzigd sinds de laatste synchronisatie. U kunt het interval voor synchronisatie maar eigen behoefte aanpassen.
Op dit tabblad kunt u de standaardconfiguratie voor documenten van specifieke MIME-typen vervangen. Wanneer de editor een bestand laadt, wordt gekeken of het overeenkomt met de bestandsmaskers of MIME-typen voor één van de gedefinieerde bestandstypen. Indien dat het geval is worden de gedefinieerde variabelen toegepast. Als er meerdere bestandstypen overeenkomen, zal die met de hoogste prioriteit gebruikt worden.
- Bestandstype:
Het bestandstype met de hoogste prioriteit is het type dat in de eerste keuzelijst getoond wordt. Als er meerdere bestandstypen werden gevonden komen die ook in de lijst te staan.
- Nieuw
Dit wordt gebruikt voor het aanmaken van een nieuw bestandstype. Nadat u op deze knop gedrukt hebt, zijn de velden eronder leeg en kunt u de gewenste eigenschappen voor het nieuwe bestandstype invullen.
- Verwijderen
Om een bestaand bestandstype te verwijderen kiest u het uit de keuzelijst en drukt u op de knop Verwijderen.
- Eigenschappen van
huidige bestandstype Het bestandstype met de hoogste prioriteit is het type dat in de eerste keuzelijst getoond wordt. Als er meerdere bestandstypen werden gevonden komen die ook in de lijst te staan.
- Naam:
De naam van het bestandstype wordt de tekst van het overeenkomstige menu-item. Deze naam wordt getoond in het menu → .
- Sectie:
De sectienaam wordt gebruikt om de bestandstypen in menus te organiseren. Deze wordt ook gebruikt in het menu → .
- Variabelen:
Met deze tekenreeks kunt u de KatePart-instellingen configureren voor de bestanden die door dit MIME-type gekozen zijn, gebruik makend van KatePart-variabelen. U kunt bijna elke configuratie-optie instellen, zoals accentuering, inspringmethode, etc.
Druk op om een lijst te zien van alle beschikbare variabelen en hun beschrijving. Selecteer het keuzevakje links om een bepaalde variabele in te schakelen en stel dan de waarde van de variabele rechts in. Sommige variabelen bieden een afrolvak om mogelijke waarden te selecteren terwijl anderen vereisen dat u handmatig een waarde invoert.
Voor volledige informatie over deze variabelen, zie Configureren met documentvariabelen.
- Accentuering:
Als u een nieuw bestandstype aanmaakt, kunt u in deze keuzelijst een bestandstype selecteren voor de accentuering.
- Inspringmodus:
In de keuzelijst kunt u de inspringmodus voor nieuwe documenten selecteren.
- Bestandsextensies:
Het jokertekensmasker stelt u in staat bestanden op bestandsnaam te kiezen. Een masker bestaat vaak uit een asterisk en de extensie van het bestand, bijvoorbeeld
*.txt; *.text. De tekenreeks bestaat uit een lijst van maskers, gescheiden door een puntkomma.- MIME-bestandstypen:
Toont een assistent waarmee u gemakkelijk MIME-typen kunt selecteren.
- Prioriteit:
Stelt een prioriteit in voor dit bestandstype. Als hetzelfde bestand door meer dan één bestandstype gekozen wordt, zal het type met de hoogste prioriteit gebruikt worden.