Accounts

Het tabblad Accounts wordt automatisch getoond wanneer Instellingen KMail configureren... is geselecteerd. Er zijn vier tabbladen: Identiteiten, Ontvangen, Verzenden en LDAP-server. (Het Identiteiten wordt getoond in de sectie KMail configureren hierboven.)

 

Tabblad Identiteiten

Een korte handleiding voor het tabblad Identiteiten is te vinden in de sectie Hoe te beginnen.

Op dit tabblad kunt u meerdere identiteiten instellen. Een identiteit is een verzameling van e-mailadres, naam, organisatie en enige andere instellingen. Zo is het mogelijk een identiteit te maken voor de zakelijke e-mail en een andere voor de persoonlijke e-mail. Bij elk e-mailbericht kan aangegeven worden welke identiteit gebruikt moet worden. U kunt dan de bijbehorende identiteit kiezen wanneer u een nieuw bericht opstelt.

Het tabblad toont de verschillende identiteiten, geeft de mogelijkheid nieuwe aan te maken en bestaande identiteiten te wijzigen of te verwijderen. Na initiële instelling wordt er altijd één identiteit getoond, die dan de standaard-identiteit is. Om een nieuwe identiteit toe te voegen aan de lijst, klik op de knop Toevoegen....

 

Het dialoogvenster Nieuwe identiteit

Het dialoogvenster Nieuwe identiteit

Het dialoogvenster Nieuwe identiteit

 

Voer een naam in van de nieuwe identiteit in het tekstveld Nieuwe identiteit. Deze naam zal in de lijst met identiteiten getoond worden.

Met de drie keuzemogelijkheden kunt u aangeven hoe deze identiteit geïnitialiseerd moet worden:

Met lege velden

Er zullen geen instellingen gemaakt worden. Dit betekent dat alle velden leeg gelaten worden of dat er een standaardwaarde gekozen wordt.

Waarden van de systeeminstellingen gebruiken

De waarden van uw standaard identiteit worden gebruikt.

Bestaande identiteit dupliceren

Kopieert alle velden uit een bestaande identiteit. U kunt kiezen welke identiteit gekopieerd wordt door het betreffende item in het afrolvak Bestaande identiteiten te selecteren.

 

Algemeen

Identiteit Algemeen

Identiteit Algemeen

 

Op het tabblad Algemeen kunnen enkele algemene gegevens voor de identiteit worden opgegeven.

Uw naam

Vul hier de volledige naam in die als afzender zal worden gebruikt (soms getoonde naam genoemd). Alhoewel dit veld niet verplicht is, zou u hier uw naam in moeten vullen.

Organisatie

Vul hier de naam van de organisatie in. Dit veld is optioneel.

E-mailadres

Voer hier uw e-mailadres in, bijvoorbeeld jan@jansen.nl.

Voorbeeld 4.1. E-mailadres

Dus als het adres Jan Janssen <jan@janssen.nl> is, vul dan Jan Janssen in bij het tekstvak Uw naam en jan@jansen.nl bij het tekstvak E-mailadres.


E-mail-aliassen

Dit veld bevat alias-adressen die ook tot deze identiteit behoren (tegenover een andere identiteit representerend). U kunt meerdere aliassen definiëren. Om een andere alias toe te voegen, voer een e-mailadres in in het veld E-mailalias:, klik daarna op de knop + Toevoegen

Voorbeeld 4.2. E-mail-aliassen

Primaire adres: voor.achternaam@voorbeeld.org

Aliassen: eerste@voorbeeld.org en laatste@voorbeeld.org


 

Cryptografie

Identiteit Versleuteling

Identiteit Versleuteling

 

Op het tabblad Cryptografie kunt u de OpenPGP- en/of S/MIME-sleutel associëren met deze identiteit. Ook kunt u het voorkeursformaat voor de versleuteling opgeven.

OpenPGP-ondertekeningssleutel:

Hier kunt u een OpenPGP sleutel selecteren voor het ondertekenen van berichten geschreven met deze identiteit in effect. Kortheidshalve wordt alleen de korte sleutel-id van geselecteerde sleutels getoond. Zweven boven het item zal meer informatie tonen in een tekstballon. Om een bestaande sleutel te selecteren, gebruik de afrollijst. Als u een nieuw publiek / privaat sleutelpaar wilt aanmaken, selecteer Een nieuw sleutelpaar genereren.

OpenPGP-versleutelingssleutel:

Hier kunt u de OpenPGP-sleutel selecteren die gebruikt zal worden om de berichten die opgesteld worden met deze identiteit te versleutelen. Ook de instellingen bij Bij het versleutelen van e-mail, altijd ook versleutelen naar het certificaat van mijn eigen identiteit zijn van toepassing. Deze sleutel wordt ook gebruikt bij de functie BijlageMijn publieke sleutel bijvoegen.

S/MIME ondertekeningscertificaat:

Hier kunt u een x.509 certificaat selecteren gebruikt om berichten geschreven met deze identiteit in effect te ondertekenen. KMail kan geen x.509 certificaten genereren. Ze worden uitgegeven door certificaatautoriteiten. Als u zo'n certificaat hebt toegevoegd aan uw sleutelring, kan KMail deze importen en gebruiken.

S/MIME versleutelingscertificaat:

Hier kunt u een x.509-certificaat selecteren dat gebruikt zal worden voor het versleutelen van berichten en Bij het versleutelen van e-mail, altijd ook versleutelen naar het certificaat van mijn eigen identiteit zijn in gebruik.

Voorkeursformaat:

Hier kunt u kiezen welk formaat de standaard versleuteling is bij deze identiteit. U kunt één van de vier formaten selecteren die KMail ondersteunt of de instelling Alles laten staan, wat wordt aangeraden. Met deze instelling wordt het beste formaat gekozen, gebaseerd op de ontvangers van het bericht. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat er twee verschillende berichten worden verstuurd. Eén ondertekend en/of versleuteld met S/MIME en de andere ondertekend en/of versleuteld met OpenPGP.

Berichten automatisch ondertekenen:

Activeren van dit vakje zorgt dat KMail uw digitale ondertekening vastplakt aan berichten opgesteld door deze identiteit tenzij deze optie handmatig wordt overschreven in het Opstellervenster.

Berichten automatisch versleutelen:

Activeren van dit vakje zorgt dat KMail berichten versleutelt opgesteld door deze identiteit wanneer deze versleuteling mogelijk is (tenzij het wordt overschreven in het Opstellervenster).

 

Geavanceerd

Identiteit Geavanceerd

Identiteit Geavanceerd

 

Het tabblad Geavanceerd kan gebruikt worden om enkele minder vaak gebruikte instellingen voor de identiteit, die u nu bewerkt, te veranderen.

Antwoord-naar-adres:

Voer het adres in waarnaar antwoorden op uw berichten gezonden zouden moeten worden. U hebt dit veld alleen nodig als het verschilt met uw normale adres (gespecificeerd met de velden Naam en E-mailadres op het tabblad Algemeen), omdat antwoorden standaard gaan naar het adres van de afzender.

Dit veld is nuttig als u wilt dat antwoorden op uw e-mailbericht ergens anders heen gaan dan naar uw reguliere e-mailadres, bijv. als u deze identiteit gebruikt om berichten te verzenden vanaf een e-mailadres dat geen antwoorden kan ontvangen.

Opmerking

Sommige e-maillijsten vervangen dit adres in de kopregels door het adres van de mailinglijst, zodat antwoorden ook naar de e-maillijst gaan in plaats van alleen naar de afzender. Dit veld is dus niet zo betrouwbaar en zou alleen gebruikt moeten met voorzichtigheid.

Cc-adressen:

Vul hier eventueel adressen in, gescheiden door komma's, waarheen eensluidende berichten verzonden moeten worden. Wanneer u een bericht maakt met deze identiteit, dan zal het veld CC gevuld worden met deze adressen.

BCC-adressen:

Vul hier adressen in, gescheiden door komma's, waarheen een BCC (blinde kopie) van uw berichten verzonden moet worden. Wanneer u een bericht maakt met deze identiteit, dan zal het veld BCC gevuld worden met deze adressen. Indien u een BCC wilt versturen naar hetzelfde adres voor elke identiteit die u definieert, kijk dan in het tabbled Berichtkoppen van de subset Bericht opstellen (een aangepaste BCC-kopregel aanmaken).

Woordenboek:

Selecteer het standaard woordenboek voor de huidige identiteit.

Map voor verzonden berichten:

Selecteer de map waarin de verzonden berichten na het versturen opgeslagen moeten worden wanneer deze identiteit gebruikt wordt. Wanneer u IMAP gebruikt, kunt u het beste een IMAP-map selecteren, zodat de verzonden berichten op de server bewaard worden, in plaats van in een lokale map. Dan kunnen de verzonden berichten ook op een andere locatie bekeken worden.

Tip

Met behulp van berichtfilters kunt u per verzonden bericht bepalen in welke map deze zal worden opgeslagen.

Map voor concepten:

Selecteer de map waarin de concepten opgeslagen moeten worden wanneer deze identiteit gebruikt wordt. Wanneer u IMAP gebruikt kunt u het beste een IMAP-map selecteren, zodat de concepten op de server bewaard worden, in plaats van in een lokale map. Op deze manier kunnen de concepten ook op andere locaties bekeken, aangevuld en verzonden worden.

Sjabloonmap:

Selecteer de map waarin sjablonen opgeslagen moeten worden bij gebruik van deze identiteit. Zie Opstellen vanuit sjablonen voor meer informatie over sjablonen.

Uitgaand account:

Hier kunt u een afwijkende SMTP- / sendmail®- / Microsoft® Exchange-server specificeren die voor deze identiteit gebruikt moet worden.

Opmerking

Om uit de lijst te kunnen selecteren is het noodzakelijk om deze eerst in te stellen in het gedeelte Verzenden van het tabbladAccounts..

Mijn vCard in bericht bijvoegen

Kies deze optie als u een vCard bestand wilt bijvoegen aan elk bericht verzonden vanuit deze identiteit. Een korte dialoog zal volgen.

Met lege velden

Deze optie opent een dialoog net als de dialoog KAddressBook contactpersoonsgegevens toevoegen. Voer uw naam, e-mailadres, etc. in, klik daarna op OK om een nieuwe vCard aan te maken.

Van bestaande vCard

Deze optie opent een dialoog om te bladeren in mappen waarmee u een .vcf-bestand kunt selecteren. (Tip: gebruiken KAddressBook om een vCard-bestand te exporteren die hier gebruikt kan worden.)

Bestaande vCard dupliceren

Deze optie opent een afrollijst van alle andere al gedefinieerde identiteiten, zodat u de vCard verbonden met een van hen kunt selecteren.

 

Autocorrectietaal:

Gebruik de afrollijst om de taal, verbonden met het optionele hulpmiddel voor automatische correctie, te selecteren bij gebruik van deze identiteit.

Standaarddomein:

Dit veld is standaard gevuld met de waarde van het hostnamen-bestand (in /etc). De Opsteller zal deze domeinnaam achtervoegen aan elk puur lokaal e-mailadres dat u specificeert. Deze functie is primair nuttig in een sendmail® omgeving.

Voorbeeld 4.3. Standaarddomein

Standaarddomein ingesteld op kde.org; "Aan:"-adres ingesteld op foo.

Opsteller stuurt het bericht naar foo@kde.org.


 

Sjablonen

Sjablonen bij een identiteit

Sjablonen bij een identiteit

 

Hier kunt u aangepaste sjablonen aanmaken en beheren voor deze identiteit om te gebruiken bij opstellen van nieuwe berichten, antwoorden aan iemand of inline berichten doorsturen. De berichtensjablonen ondersteunen substitutieopdrachten. U kunt ze eenvoudig intypen of ze selecteren uit het menu Opdracht invoegen . Drie soorten opdrachten worden geleverd.

Oorspronkelijk bericht > / Huidig bericht >

Deze opdrachten halen informatie uit het bericht waarnaar u antwoord of doorstuurt en voegt die informatie in in het opstelvenster.

Verwerken met externe programma's >

Deze opdrachten zullen het bericht waarop u antwoord doorzenden (pipe) naar een extern programma en daarna de uitvoer invoegen in het opstelvenster van KMail.

Diversen >

Deze opdrachten voeren functies uit zoals het kiezen van het woordenboek dat de spellingscontrole moet gebruiken of de inhoud van een tekstbestand invoegen in het opstelvenster.

Het veld Aanhalingsindicator: biedt u het overschrijven van het standaard aanhalingsindicatorteken ">". De knop Globale sjablonen kopiëren zal alle aangepaste sjablonen resetten naar de hier in KMail gedefinieerde standaarden. (U kunt hetzelfde eindresultaat bereiken door het keuzevakje Aangepaste berichtensjablonen voor deze identiteit gebruiken linksboven dit dialoogvak te deactiveren.)

Sjablonen die hier worden opgegeven zijn specifiek voor identiteiten. Ze hebben voorrang boven globale sjablonen, maar hebben geen voorrang boven mapspecifieke sjablonen indien aanwezig.

 

Ondertekening

Ondertekening bij identiteit

Ondertekening bij identiteit

 

Op dit tabblad kunt u een standaard ondertekening activeren. Een ondertekening kan bestaan uit een naam, een lijfspreuk of bijvoorbeeld een bedrijfs-disclaimer om achtergevoegd te worden aan ieder bericht dat vanuit deze identiteit verzonden wordt.

Opmerking

Deze ondertekening heeft niets te maken met de digitale ondertekening zoals eerder op het tabblad Cryptografie is aangegeven. In veel e-mailapplicaties wordt dit "handtekening" genoemd. Wij noemen het ondertekening omdat dit de lading beter dekt, maar onthoud wel dat dit dus niets te maken heeft met de digitale ondertekening.

Activeer de optie Ondertekening activeren als u wilt dat KMail de ondertekening achtervoegt bij het gebruiken van deze identiteit. Indien dit bij elk nieuw bericht automatisch moet gebeuren, dan moet u via de pagina Bericht opstellen de optie Automatisch ondertekening invoegen activeren.

KMail kan de tekst voor de ondertekening verkrijgen uit verschillende bronnen. De standaard is Onderstaand invoerveld. Voer de tekst in in het tekstvak. Als u opgemaakte tekst wilt gebruiken, selecteer het keuzevak HTML gebruiken linksonder. Een werkbalk voor opmaak zal dan verschijnen.

De traditionele procedure in Unix is om de ondertekening uit een bestand genaamd .signature te halen uit uw persoonlijke map. Dit bestand kan gedeeld tussen verschillende programma's, zodat u dezelfde ondertekening krijgt in elk e-mailprogramma dat u gebruikt. Selecteer Bestand uit het afrolmenu Tekst voor ondertekening halen uit. Als u het bestand wilt bewerken, klik op de knop Bestand bewerken.

KMail kan de ondertekening ook genereren door het uitvoeren van een commando. Op deze manier is het mogelijk om een steeds wisselende ondertekening te gebruiken. fortune is hier een mooi voorbeeld van, maar ieder commando dat het resultaat naar stdout stuurt is bruikbaar. Om de tekst uit de uitvoer van een commando te lezen selecteer Uitvoer van commando. Voer het commando in (bij voorkeur met het volledige pad) in het bewerkingsveld Commando specificeren:.

Opmerking

Op internet is het gebruikelijk om de ondertekening door middel van een regel met slechts drie lettertekens -- (twee streepjes en een spatie) te scheiden van het e-mailbericht. Als de optie Scheiding invoegen voor de handtekening is gezet in configuratie van de Opsteller zal KMail de ondertekening automatisch laten beginnen met deze lettertekens indien deze niet voorkomen in de ondertekening.

 

Afbeelding

Afbeelding bij identiteit

Afbeelding bij identiteit

 

KMail kan een kleine lage kwaliteit, zwartwit afbeelding (48x48 pixels) met ieder bericht meesturen. Dit kan bijvoorbeeld een logo zijn, of een foto van uzelf. Dit plaatje wordt in het e-mailprogramma van de geadresseerde getoond (indien dit wordt ondersteund).

Afbeelding verzenden met ieder bericht

Selecteer deze optie om KMail een zogenaamde X-Face kop te laten toevoegen aan de berichten die u met deze identiteit schrijft. Een X-Face is een klein zwart-wit plaatje (48x48 pixels). Sommige e-mailprogramma's zijn in staat om zo'n plaatje te tonen.

Afbeelding ophalen van:

Deze afrollijst geeft u twee manieren om een afbeelding te selecteren.

Externe bron (de standaard)
Bestand selecteren...

Deze knop gebruiken om een afbeeldingsbestand te selecteren voor het maken van de afbeelding. De afbeelding moet contrastrijk en (nagenoeg) vierkant zijn. Een lichte achtergrond zorgt voor een beter resultaat.

Uit adresboek

U kunt deze knop gebruiken om een verkleinde versie te maken van de afbeelding in uw eigen adresboekitem.

Onderstaand invoerveld

Gebruik deze optie om een willekeurige X-face-tekenreeks te versturen. Voorbeelden zijn beschikbaar op https://ace.home.xs4all.nl/X-Faces/